| | | |
| |  |
|
Libellen worden onderverdeeld in twee ondersoorten, de "echte" libellen en de juffertjes. Ten onrechte worden juffertjes niet gezien als libel, maar dat zijn ze dus wel. De bouw van de echte libellen en de juffertjes verschilt echter.
De juffertjes hebben vier vleugeltjes met een gelijke vorm, de echte libellen hebben bredere achter- dan voorvleugels.
In rust hebben de juffertjes vaak de vleugeltjes langs het lijf, de echte libellen hebben in rust de vleugels haaks op het lijf of zelfs naar voren.
De juffertjes zijn veel smaller en de meeste juffertjes zijn kleiner dan de echte libellen.
De juffertjes hebben de ogen aan de zijkant van de kop, de echte libellen hebben de ogen bijna of helemaal tegen elkaar aan.
De libellen zijn de acrobaten in het luchtruim, de vergelijjking met een helicopter lijkt op zijn plaats.
In het Fochtelooërveen komen meer dan 40 soorten libellen voor. Ter vergelijking, in Nederland planten vermoedelijk 64 soorten zich voort. Verder zijn er 71 soorten in Nederland waargenomen, waarvan enkele zijn verdwenen. Ook de minder vaak voorkomende soorten zijn in het veen gesignaleerd zoals onder andere de Gevlekte witsnuitlibel.
In het voorjaar zijn er soms duizenden libellen waar te nemen. Vaak gaat het dan om de Noordse witsnuitlibellen, maar ook Viervlekken kunnen in grote aantallen waargenomen worden. De Boomvalken hebben het dan reuze naar hun zin!
|
 |
 |
|
Het mannetje en vrouwtje van de Zwarte heidelibel naast elkaar. Een kleine libel die het prima naar de zin heeft in het Fochtelooërveen. Een jong mannetje lijkt erg op het vrouwtje met veel geel in het lijf. Een ouder mannetje is uiteindelijk zwart.
|
|
Een andere heidelibel, de Bloedrode heidelibel, is de meest voorkomende in Nederland. Het mannetje is als volwassen exemplaar prachtig bloedrood, ook zijn voorhoofd.
|
|
De Noordse witsnuitlibel is in Nederland vrij zeldzaam echter in het noorden algemener. In het Fochtelooërveen soms met duizenden tegelijkertijd waar te nemen.
Het mannetje heeft als hij ouder is rode vlekken op het lijf in tegenstelling tot het vrouwtje wat gele vlekken heeft. Ook een jong mannetje begint met gele vlekken.
|
|
Met het snel afkoelen van de lucht, kan er dauw ontstaan.
Koudbloedige dieren hebben de zon nodig om actief te worden.
Met dauw op de vleugeltjes en het lijf is het onmogelijk het luchtruim te kiezen. Ze zijn erg kwetsbaar, omdat ze ook op de grond zitten.
|
 |
 |
De Venwitsnuitlibel komt veel minder voor dan de Noordse witsnuitlibel. Het seizoen begint ook over het algemeen wat later. Deze soort is de kleinste van de witsnuitlibellen. De vlekken op het lijfje zijn kleiner en ook de voorrandader wijkt onder andere af.
Een vrij lastige soort om te determineren, maar met genoeg witsnuiten is hij er uiteindelijk wel uit te halen.
|
|
De Viervlek. Deze libel heeft duidelijke vlekken in het midden van de vleugels en aan het einde van de vleugels. Eigenlijk dus achtvlek met twee vleugels. De vlekken verschillen per libel, de ene heeft nauwelijks vlekken, de ander daarentegen enorme vlekken.
Niet te missen in het veen, een veelvoorkomende libel daar. Geregeld ook met een prooi, zoals een juffertje of vlieg, te zien.
|
 |
Ook een Viervlek heeft de warmte nodig om de condensdruppeltjes van de vleugels en het lijf af te krijgen.
Vliegen in dit stadium is onmogelijk.
Een ideaal model in dit geval.
|
 |
Dit was tot voor kort een zeer zeldzame soort, de Noordse glazenmaker. Hij begint nu iets meer voor te komen en is nu zeldzaam. In Zuidoost Friesland, enkele plaatsen in Drenthe en een plaats in Overijssel, daar komt deze glazenmaker voor. Een libel die laat in het seizoen vliegt. In het Fochtelooërveen is deze regelmatig aan te treffen. Hij wordt vaak verward met de gelijkende Venglazenmaker die veel algemener is.
|
|
Een vrij algemene libel die aan de randen van het Fochtelooërveen vliegt bij bossages. Een glanslibel die erg groen en glimmend kan zijn.
Een schitterende libel! De Metaalglanslibel.
|
 |
 |
De Watersnuffel, een juffertje.
Om nog specifieker te zijn, behorend bij de groep van de waterjuffers.
Deze is veel te zien in het Fochtelooërveen. De mannetjes zijn blauw met zwart.
De vrouwtjes kunnen variëren in kleur, maar hebben op het lijfje overwegend zwart.
|
De vrij zeldzame Maanwaterjuffer is een leuke verschijning met de oogjes aan de onderzijde groen. Het is een vroege vlieger.
In Friesland alleen in de Z.O. hoek te vinden. Ze leven graag bij vrij voedselarme vennen. Zure, maar niet al te zure vennen. In dit hoogveengebied ook te vinden. |
 |
|
Het mannetje van de Koraaljuffer is rood, de vrouwtjes kunnen verschillende kleuren hebben. Deze soort is maar met eentje te verwarren, de Vuurjuffer. Alleen de Koraaljuffer heeft rode pootjes in tegenstelling tot de Vuurjuffer.
Tot voor kort een zeldzame verschijning. Deze soort gaat de goede kant op en is niet meer zeldzaam. In Friesland alleen in de Zuidoost hoek.
|
 |
|
|
| |
| |
|